KUCHING / MALEIS BORNEO
In de stad van de kat
Tekst en foto’s: Eildert de Boer
![]() |
Als kattenogen glinsteren de lichtjes van Kuching in de vroege avonduren. De hoofdstad van Sarawak op Maleis Borneo heeft ook de eigenschappen van een kat: eigenzinnig, zacht, behoedzaam en soms fel. Kuching betekent kat in het Maleis. Toepasselijker kan niet.
Zoals vrijwel alle plaatsen op Borneo dankt ook Kuching zijn bestaan aan een rivier; de Sarawak. Een leuke manier om een goede indruk van de stad te krijgen, is met een gehuurde sampan het water op te gaan voor een tochtje. Zo kom je onder meer langs een kampung, een fort en een moskee en kun je het leven aan de walkanten gadeslaan.
Opmerkelijke kleuren
De allerbeste manier om verliefd te worden op Kuching is te slenteren in de 19e eeuwse Chinese straten met winkeltjes en het bezoeken en bewonderen van de tempels, musea en Brits koloniale gebouwen. Veel van die gebouwen zijn keurig gerestaureerd. Enkele hebben opmerkelijke kleuren.
Verder zal het romantische elan worden verhoogd door het flaneren op de Waterfront Esplanda of een etentje in een van de vele gezellige restaurantjes.
In een antiekwinkel aan de jalan Padungan struikel ik haast over de vele maskers en beelden. Er zitten juweeltjes tussen. Daar betaal je veel geld voor. Zelfs hier, waar de indrukwekkende inheemse kunst van de Iban en de Kelabits voor het oprapen ligt.
Gebruiksvoorwerpen van bamboe, houtsnijwerk, schilderijen, blaaspijpen, zwaarden: in deze winkel staat, hangt en ligt veel. Maar dat geldt ook voor al die tientallen andere winkels in Kuching, meestal gedreven door Chinezen. Overal word je vriendelijk bediend.
Het is niet een gespeelde vriendelijkheid voor de Westerse bezoeker met zijn geldbuidel, maar een soort warme bejegening die je op je gemak stelt. Daarin schuilt waarschijnlijk de kracht van de gemêleerde bevolking; want in Kuching en omgeving wonen Chinezen, Indiërs, Maleiers, Iban en Bidayuhs. Kuching is daarom een levendige en bonte stad. Een kijkje op de grote zondagsmarkt aan de jalan Satok, die al op zaterdag begint, bevestigt dit.
Dat bonte palet van mensen heeft ook gezorgd voor vele huizen voor geloofsbelijdenis. Het grootste is de moskee Negri Sarawak met zijn gouden koepels. Christenen kunnen kerkdiensten bijwonen in de St. Thomas Cathedral en de St. Joseph’s. De Chinezen kunnen terecht in de tempels Tua Pek Kong, bijna 125 jaar oud, en de Gan Thian Siang Ti. De Tua Pek Kongtempel, gewijd aan de god van geluk, staat aan een kruispunt van wegen: een opvallende plek voor deze oudste tempel van Sarawak.
De tempel symboliseert de vaste plaats die Chinezen innemen in Kuching, lees Sarawak. Zoals in veel Aziatische plaatsen hebben de Chinezen ook hier de handel ontwikkeld. In het voetspoor van de Chinezen zijn de Indiërs gevolgd. Ook zij hebben hun stek veroverd in Kuching, met de Indian Mosque als bewijs. Rondom dit gebouw kronkelen vele winkelstraatjes; een daarvan draagt de naam jalan India.
Geliefd decor
![]() |
In Kuching kun je uren wandelen zonder je maar een moment te vervelen. Er is veel te doen en veel te zien. Een goed begin voor een eerste kennismaking met de stad is een bezoek aan het Sarawakmuseum aan de jalan Tun Abang Haji Openg.
Dit fraai gelegen museum is een van de beste in Zuidoost-Azië. De uitgebreide collecties behelzen archeologie, etnografie, natuurhistorie en architectuur. Ook heeft het museum een reconstructie gemaakt van het prehistorische leven in de Niah grotten.
Op het museumterrein vind je verder een botanische tuin, een aquarium en het Heroes’ Memorial, een gedenkteken voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog waarin de Japanners huis hielden. Het is nu een geliefd decor voor bruidspaartjes die vereeuwigd willen worden.
Andere musea in Kuching die het bezoeken waard zijn, zijn het Islamitisch museum, het Chinees historisch museum, het Politiemuseum en -voor de lol- het Cat museum in Petra Jaya.
Het Politiemuseum is gevestigd in Fort Margherita op de noordoever van de Sarawak. Je kunt er komen met een sampanferry die vertrekt in de buurt van de grote toren op de boulevard. Dit museum ligt vol wapens, inclusief een fors kanon. De bezienswaardigheid geldt eigenlijk het fort zelf, dat is genoemd naar Raha Margaret, de vrouw van Charles Brooke.
Koloniale gebouwen
![]() |
Het fort is in 1879 neergezet om de stad te beschermen tegen onder meer aanvallen van piraten en de inheemse Iban.
Het fort is overigens nooit direct aangevallen. Op dezelfde oever, in westelijke richting, staat de Istana, het vorstelijk paleis uit 1870.
Nu zetelt de gouverneur van Sarawak er. Je mag de tuinen bezoeken, meer niet. In Kuching stikt het van de Britse koloniale gebouwen. Als je over de boulevard loopt, kom je vanzelf de Square Tower tegen uit 1879. Dit fort van toen, wordt nu gebruikt als (multimedia) informatiecentrum.
Aan de overkant van de straat staat het imponerende Court House uit 1871. Wie vervolgens de jalan Tun Abang Haji Openg inloopt, komt vanzelf langs het postkantoor. Een architectonisch hoogtepunt. Het gebouw is in 1931 in renaissancistische stijl opgetrokken.
De historie komt je tegemoet in Kuching. Dat verhult een beetje het feit dat de hoofdstad van Sarawak een moderne stad is. De internationale luchthaven is een toegangspoort voor toeristen en zakenlieden. De meeste grote hotelketens hebben een vestiging op de beste locaties en er zijn cybercafés.
Wie denkt in een Borneose junglestad terecht te komen, komt dus bedrogen uit. Met links aan de oever het vijfsterren hotel van Hilton sta ik voor een fontein met beelden van waterspuwende katten. Op de achtergrond flikkert de neonbuisverlichting van de plaatselijke McDonald’s. Je zou zelfs voor een BigMac Kuching willen bezoeken.
DE WITTE RADJA
De geschiedenis van Kuching is de geschiedenis van Sarawak. Al in de 7e eeuw dreven Chinezen handel met de inheemse Orang Ulu van Borneo. De eerste Europeaan, de Franciscaan Odorico, kwam in 1320, gevolgd door islamitische zendelingen in de 15e eeuw.
Het ontoegankelijke Borneo viel toen onder het sultanaat van Brunei. Maar de inheemse bevolking voerde verzet tegen de sultan. Dat duurde vele jaren.
De sultan vroeg de Britse avonturier James Brooke om hulp. Brooke was met zijn schoener binnengedrongen tot in de Borneose binnenlanden. In 1839 sloeg Brooke de opstanden neer en kreeg hij noordwest-Borneo (Sarawak) in 1841 als cadeau van de sultan.
Brooke kreeg de naam witte radja (vorst) en won de gunsten van de inheemse bevolking. Om de handel op gang te brengen deed hij een beroep op de Chinezen. Zo begon het bewind van de witte radja’s op Borneo, gesteund door de Britse overheid.
Achtereenvolgens James’ neef Charles Brooke en later diens zoon Charles Vyner heersten als vorsten over Sarawak tot aan december 1941 toen de Japanners Sarawak binnenvielen.
In 1945, na de Japanse overgave, viel Sarawak onder de administratieve regels van het Australische leger. Kort daarna werd Borneo een Britse kolonie. In 1963 trad Sarawak toe als deelstaat van de federatie Maleisië. In 1988 kreeg Kuching stadsrechten.



