SINGAPORE
GEEN SAAI MOMENT
Tekst en foto's: Eildert de Boer
![]() |
De meeste reizigers kennen Singapore als vluchtige Aziatische bestemming die je hooguit voor twee dagen aandoet. Sommigen komen zelfs niet verder dan een ritje door deze stadstaat als onderbreking van hun vliegreis naar nog verdere oorden. Zij doen zichzelf en Singapore tekort. Singa Pura (Maleis voor Leeuwen Stad) heeft immers zoveel te bieden dat een verblijf van een week zeker is te rechtvaardigen. Een saai moment zal niet snel voorkomen.
Orchard Road is de bekendste straat in Singapore. Dat was deze langgerekte weg al in 1840 toen nootmuskaat- en peperplantages voor de omzoming zorgden en doorgaans welgestelde planters flierefluitend hun werk deden of, beter nog, lieten doen. Die situatie veranderde begin 1900 toen een mysterieuze groenziekte de plantages voorgoed velde. Tegenwoordig dankt Orchard Road zijn bekendheid aan de vele restaurants, hotels, winkels en grote winkelcentra. De grote Europese steden kunnen er jaloers op zijn.
Het modernste van het modernste is hier te krijgen en de alle dagen drukbevolkte straten duiden op het koopgrage gedrag van Singaporeanen en bezoekers uit alle delen van de wereld. Voor hen is Singapore het winkelparadijs bij uitstek. Niemand kan de verleiding weerstaan: je springt van winkel naar winkel en altijd is er ergens wel een aantrekkelijke aanbieding of gewoon een artikel waar je lang naar op zoek bent geweest en hier, in tropische en veilige sferen, uiteindelijk vindt.
Lekker opgeruimd
![]() |
In Singapore heerst tevredenheid naast een zekere gelatenheid. De mensen hebben het goed, kunnen zich wat veroorloven en zijn er van overtuigd dat de strenge regelgeving op allerlei terreinen er juist voor zorgt dat ze zich relaxed kunnen bewegen.
Aan de oppervlakte lijkt Singapore een ideale staat waar nooit iets gebeurt wat niet mag. Als er al iets dreigt te gebeuren, wordt dat onmiddellijk in de kiem gesmoord. Zonder ophef of rumoer. Bewoners lijken elkaar te controleren; politie zie je nauwelijks op de straat. Forse geldboeten en openlijke boetedoening zijn de straffen die staan op het achteloos weggooien van een papiertje, roken waar het niet mag of het kauwen van kauwgom.Je weet tenslotte nooit waar de kauwer zijn uitgekauwde rommel laat.
Singapore blijft zo opgeruimd. Zelfs de wetmarkt in Chinatown mist de vuiligheid en misschien daardoor het bruisende karakter van vergelijkbare markten in andere Aziatische landen, zoals in buurland Maleisië. De schone frisheid van Singapore wordt niettemin vaak overdreven door met name bezoekende buitenlanders die zelf niet constateren, maar de overgeschreven clichés in reisgidsen volgen. Waar mensen zijn, is het warm en ontstaat rotzooi. Dus ook in het dichtbevolkte Singapore waar je best wel een vies steegje aantreft, een rommelig eetcentrum en provocerend rokende jongeren.
Echte smeltkroes
![]() |
Singapore ligt in het hart van Azië, maar als bezoeker ga je twijfelen of Singapore wel Azië is. Echt vriendelijk zijn de Singaporeanen niet, eerder terughoudend en zakelijk. Iedereen lijkt zich keurig aan de regels te houden, er is geen gedrang en na 2 uur 's nachts schijnt het leven op te houden. Op het tijdstip waar het exotisme in andere grote Aziatische steden zijn hoogtepunt bereikt.
Veel zaken zijn kunstmatig geordend in Singapore. Bij bushalten en taxistandplaatsen staan mensen keurig in de rij. Er is geen overbodig lawaai van bijvoorbeeld toeterende auto's of schreeuwende lui, mensen zijn koel doch beleefd en opdringerige straatverkopers die je van alles proberen aan te smeren, ontbreken. De parken, zoals Fort Canning, contrasteren adembenemend met de hoge glazen en betonnen wolkenkrabbers en zijn keurig onderhouden.
Het duurt lang voordat je het Aziatische karakter van Singapore ontdekt. Daarvoor moet je wandelend op pad en drinken uit de smeltkroes van Chinezen, Indiërs, Arabieren en Maleiers. Deze bevolkingsgroepen houden zich voornamelijk op in de etnische wijken Chinatown, Little India en Arab Street. De wijken zijn jaren geleden gesaneerd. Little India en Arab Street vallen tegen. Zoals altijd valt in Chinatown het meeste te beleven.
Heel opvallend staat aan de South Bridge Road in Chinatown de oudste hindoetempel van Singapore. De Sri Mariamman-tempel dateert uit 1843 en is gebouwd op een plaats waar sinds 1827 al een geloofsgebouw stond. De gopuram, de toren, is in 1984 gerestaureerd. In dezelfde drukke straat vind je antiekwinkels en een grote winkel met gezondheidsproducten.
Chinatown heeft natuurlijk ook zijn eigen (Chinese) tempels, zoals de Fuk Tak Ch'i-tempel en de Thian Hock Kheng-tempel. Het zijn belangrijke tempels waar de Chinese bevolkingsgroep hun identiteit benadrukken.
Dat geldt ook voor de Arabieren en de Maleiers die in de Sultan Moskee aan Arab Street en de kleinere Hajjah Fatimah-moskee aan Beach Road aan hun plichtenleer voldoen. Deze wijk heet Kampong Glam, waarschijnlijk genoemd naar de gelamboom waar olie uit wordt gewonnen.
Opvallend aan de koepel van de Sultan Moskee is de ring van colaflessen. Het is een gift van minder draagkrachtige moslims in Singapore die zo toch een bijdrage hebben kunnen leveren aan de bouw van de moskee. In tegenstelling tot islamitisch buurland Maleisië worden in Singapore geen religieuze projecten gesubsidieerd. Overigens telt Singapore 80 moskeeën. In Kampong Glam staat ook het vervallen paleis van de sultan.
In de etnische wijken of in de buurt ervan staan ook oude handelshuizen van havenstad Singapore. In de zucht naar modernisme en zogenaamde vooruitstrevendheid is in de loop der jaren veel tegen de grond gegaan. Gelukkig zijn een aantal oude huizen bewaard gebleven en opgeknapt. Zowel van buiten als binnen zijn het juweeltjes van architectuur. Tegenwoordig zijn het vooral jonge startende ondernemers die in deze huizen hun geld verdienen. Ze willen niet in de grote kantoorkolossen hun bedrijf vestigen, maar kiezen de (minder dure) charme van een pakhuis.
Fietsen en luieren
Singapore ligt aan zee en heeft dus strand. Een echte strandbestemming is de stadstaat echter niet. Niettemin zijn er voldoende faciliteiten. In East Coast Park -verkregen door landwinning- kun je zwemmen, zeilen, fietsen tussen de palmbosjes (een aanrader) of gewoon op het witte zand liggen en kijken naar de schepen in de Straat van Singapore. Aan de overkant liggen de Indonesische Riau eilanden (Batam en Bintan) waar je met een draagvleugelboot gemakkelijk kunt komen. Singapore heeft verder het strandeiland Sentosa, een soort vakantiecentrum waar je met de kabelbaan kunt komen.
Jaarlijks trekt dit oord van vertier miljoenen mensen die er golfen, zeilen, wandelen, fietsen of luieren aan de ruim drie kilometer lange strandstrook. Liever dan naar het strand, gaan de Singaporeanen en ook de meeste buitenlandse bezoekers naar de parken met de Brits koloniale bouwwerken, het vogelpark Jurong, de botanische tuinen, de natuurreservaten of de open dierentuin waar je in de avonduren een nachtsafari kunt maken. Zelfs de wilde dieren hebben het hier zo naar hun zin dat ze een gelaten indruk maken.
Singapore is verder een paradijs voor mensen die van lekker eten houden. In de vele restaurantjes aan de kades van de Singapore Rivier -maar daar niet alleen- kun je heerlijk eten en drinken tegen best betaalbare prijzen. Voor een paar dollar heb je al een bakje rijst, sateetjes en een biertje.
Het relatief bruisende Singapore is open voor zakenlui, winkeljagers, museumbezoekers, parkwandelaars en smikkelaars...



