AUSTRALIË
DE WOESTE GRAMPIANS
Tekst en foto's: Eildert de Boer
![]() |
In Australië is zo'n beetje elk stuk natuur tot nationaal park verheven. Zo kunnen flora en fauna beheerd en beschermd worden. De Grampians is een van de mooiste gebieden, uitblinkend in uitgestrekte variatie en ruigheid.
Zo'n 400 miljoen jaar geleden ontstond in het westen van de Australische staat Victoria een wonderschoon natuurgebied van bergen en valleien. De Aborigines, de oorspronkelijke bewoners, gaven het de naam Gariwerd. Totdat in 1836 het gebied werd ontdekt door Thomas Mitchell. Hij noemde Gariwerd Grampians naar de bergen in Schotland, zijn vaderland.
What's in a name. Heel wat. In 1991 bepaalde de staat Victoria dat oude aboriginal namen moesten herleven. Zo werd Grampians weer Gariwerd. Tot enkele jaren geleden een nieuwe regering van andere signatuur bepaalde dat het berggebied toch Grampians moest heten.
Het gedoe omtrent de naam zal de stille bergen een zorg zijn. Letterlijk en figuurlijk staan zij boven alles en iedereen. De geplooide zandsteenruggen vormen sinds 1984 een nationaal park van zeker 167.000 hectare groot. Het Grampians National Park is het leefgebied van vele dier- en plantensoorten en leent zich voor enerverende wandeltochten, autoritjes en eventueel bergbeklimmen.
Waar je ook staat of gaat in het park, altijd is daar weer dat ene spectaculaire uitzicht of kijk op het kleurrijke spel van bloemen, gedirigeerd door de wind. Als je luistert, hoor je verderop het gekletter van een waterval.
Aborigines leven hier al zo'n 6000 jaar. Tekeningen op rotswanden bewijzen deze langdurige aanwezigheid. Tegenwoordig beheren ze culturele centra waar je uitleg krijgt over het park en de geschiedenis van hun vele voorouders.
![]() |
|
| Robert Barber (uiterst rechts) runt Homestead Glenisla. Zo af en toe neemt hij een beperkt aantal toeristen mee naar zijn favoriete plaats. | |
Iemand die verliefd is op de Grampians en het aboriginal erfgoed is Robert Barber. Ik ontmoet hem in zijn homestead Glenisla, een pension in de gelijknamige plaats. Het is niet zo maar een ontmoeting. Barber is een bijzonder mens. Eenvoudig, gastvrij en selfmade. Hij doet de gekste dingen en vertelt boeiend over de Grampians en de Aborigines. In diverse kamers van Glenisla hangen oude en kostbare boemerangs en speren. In enkele stenen tegels op de binnenplaats staan aboriginal inscripties.
"Zo af en toe komen van die geleerde jongens die weer wat willen bestuderen of voor de zoveelste maal vragen of ze de stenen mogen meenemen voor onderzoek. Maar alles blijft hier, waar het hoort en waar het gevonden is."
Het pension is een plaatje met een prachtige tuin rondom. Het gebouw is opgetrokken uit zandsteen en zorgvuldig gerestaureerd. Het onderhoud alleen al moet zo'n beetje een dagtaak zijn. Barber doet dat samen met zijn vrouw Cherry. Het echtpaar erfde het huis en de enorme lap grond eromheen van Cherry's ouders.
Robert neemt je graag mee voor een ritje over zijn land om kangoeroes of andere kenmerkende Australische dieren te zien. Geloof me, met hem er bij zie je ze in grote aantallen. Tussendoor geeft hij op smakelijke manier uitleg over de Grampians en de rijke aboriginal cultuur. Barber is het drukke type dat toch overal tijd voor schijnt te hebben. Niets is te veel en je steekt nog wat op ook.
Af en toe doet Barber iets geks en koopt hij een oude brandweerwagen of oldtimer. Cherry vindt dan dat ze als tegenwicht iets antieks voor in het huis moet kopen. "Dat zijn echt geen waanzinnige uitgaven. Op de markten hier in de buurt is het een kwestie van bieden. De verkopers weten dat de spullen bij mij in goede handen zijn, dus..." zegt Barber.
Op deze wijze is hij ook aan sommige antieke aboriginal attributen gekomen. "Maar het meeste heb ik gevonden in de bergen, hier op het land en zelfs gekregen." Barber laat stenen met kleine inscripties zien en vertelt erover. Dan pakt hij een oude krant uit de kast en vouwt die open. "Dit is oker, de heilige kleur van de Aborigines. Heb ik van ze gekregen", zegt hij trots.
Met recht. Oker is een voor Aborigines in alle opzichten kostbaar goed. Als ze het al weggeven, is het aan hen dierbare personen. Koories, zo heten de Aborigines in deze omgeving van Victoria. In de Grampians wonen ze al heel lang en er zijn maar weinig plaatsen in Australië waar zoveel sporen van hun cultuur zijn te zien.
"Er zijn hier zeker 100 sites met eeuwenoude rotstekeningen gevonden. Bij sommige vonden we ook oude gebruiksvoorwerpen," aldus Robert.
![]() |
|
| In de Grampians zie je vele kangoeroes in het wild. |
In de plaats Halls Gap kun je in het Brambuk Aboriginal Cultural Centre zien wat er zoal gevonden is door de jaren heen. De Grampians is daardoor ook rijk aan cultuur, al zullen de meeste bezoekers in eerste aanleg gefascineerd raken door de overweldigende natuur die hier vooral in de lente haar kracht toont.
Het advies is een gids mee te nemen. Met enige toelichting op de flora en fauna is het dubbel genieten in dit ruige berggebied. De bekendste tochten zijn in de buurt bij Halls Gap, zoals de Wonderland Range. Of maak de Delley Dell-wandeling door een bos van varens. Op de meeste plaatsen in het park vind je kampeerplaatsen met eenvoudige voorzieningen. Alles is met zorg aangelegd zonder de natuur te verstoren om zo eindeloos te genieten.
INFO. Grampians National Park ligt in West-Victoria op 260 kilometer van Melbourne. Wanneer je de Great Ocean Road volgt, is het leuk om bij Port Fairy de C 178 te volgen richting Halls Cap. Je zit dan midden in het park.
Het park heeft kampeerplaatsen. Verder zijn er in de omgeving genoeg homesteads en restaurants. AZIË liet zich vervoeren door Southern Cross Tours (Hamilton, telefoon (03) 55711997) en verbleef in Glenisla Homestead (Glenisla, telefoon (03)-53801532).
Zorg voor goed schoeisel tijdens de wandeltochten en voor voldoende water en eten als je een tocht gaat maken.
Meer informatie geeft Parks Victoria Information Centre (www.parks.vic.gov.au). Andere informatiebronnen zijn:
www.grampians.net.au en www.parkweb.vic.gov.au



