Meer verhalen in
ons AZIË-archief

BIRMA

Dagje met de trishawrijder

 

Tin Moe gaat op pad met zijn driewieler.
Tin Moe gaat op pad met zijn driewieler.

Zes uur in de ochtend. Het heeft de hele nacht geregend en het regent nog steeds. Veel straten staan blank. Maar Yangon is al klaar wakker. Vrachtwagens en overvolle bussen denderen door de hoofdstad van Birma. Mannen en vrouwen wijken uit voor opspattend water. Tin Moe, de 34-jarige trishawrijder, is al op pad.

Tin Moe heeft zich met water uit de regenton vluchtig gewassen. Zijn 30-jarige vrouw Kay Zin vouwt de klamme dekens op waaronder zij die nacht hebben geslapen. Hun bed, afgeschermd door een gordijn, staat aan het eind van een smalle moddersteeg, onder een dak van roestig golfplaatijzer. Naast hun bed staat, ietsjes hoger, een tweede bed, waarop hun zoontje van zes, Min Min, en Tin Moe’s broer slapen.
Aan het voeteinde van de bedden en aan boven de bedden gespannen lijnen ligt en hangt hun weinige bezit: wat kleren, twee handdoeken, een deken. Achter de bedden, onder een afdakje van hout tegen de muur aan het einde van de steeg, staat een primitief gasfornuisje.
Deze woning is door een dunne bamboewand gescheiden van de identieke woning van de buren. Iedere familie aan weerszijden van de steeg woont zoals Tin Moe en zijn gezin. Ze betalen aan de eigenaar van deze slum 3000 kyat per maand, omgerekend bijna 4 US dollars.
Tin Moe’s fietstaxi, een trishaw (driewieler), staat in de modder op de hoek van de steeg. Het is zijn eigen fietstaxi, tweedehands voor 30.000 kyat gekocht in een dorp buiten Yangon, waar ze goedkoper zijn. Eenzelfde bedrag moest hij betalen voor de licentie.

Beter af

Het geld had hij geleend van zijn vader. Dat was 10 jaar geleden, toen hij net twee jaar getrouwd was en zelfstandig wilde zijn. Zijn vader had een kleine winkel in een andere sloppenwijk en had dat geld gespaard. Dankzij die lening van zijn vader, die hij nog niet heeft afbetaald, is Tin Moe in ieder geval eigenaar van zijn fietstaxi. Daarmee is hij beter af dan de meeste van zijn honderden collega’s die hun fietstaxi huren voor 150 kyat per dag.

Ook de collega’s van Tin Moe hopen vandaag op veel klanten.
Ook de collega’s van Tin Moe hopen vandaag op veel klanten.

De dag begint goed voor Tin Moe. Na amper 10 minuten heeft hij zijn eerste klant, een jonge vrouw die naar een zijstraat van de Anawratha Lan moet. Het is een kort ritje. Tin Moe krijgt er 40 kyat voor. Hij fietst terug naar zijn uitgangspunt. Tegen een uur of negen – hij heeft inmiddels enkele ritjes achter de rug – eet hij aan een van de vele soepstalletjes een vissoep voor 30 kyat. Hij is al lang volkomen doorweekt, ondanks een stuk plastic dat hij over zijn schouders gedrapeerd heeft. Maar vanwege de regen lijkt het een goede dag te worden, de mensen lopen niet graag door de plassen en modder. Alle ritjes zijn echter kort en hij krijgt niet meer dan 40, een enkele keer 70 kyat. Alleen als de rit ruim meer dan een kilometer is, kan hij meer vragen, maar dergelijke ritten zijn zeldzaam.

Trots op zijn zoon

Tegen de middag fietst hij naar huis, waar zijn vrouw ka bi yi heeft klaargemaakt, rijst met een beetje groente en wat visbouillon. Kay Zin is ook al bij de school van hun zoontje geweest en heeft een blik met rijst en een beetje groente door de tralies van het schoolraam gereikt – zoals alle moeders dagelijks doen. De school staat in een straat vol afgebladderde flatgebouwen. De stoepen bestaan uit gebroken tegels en zitten vol kuilen, en tussen de straat en de school is een smalle strook modder en afgetrapt gras.
Tin Moe en zijn vrouw zijn trots op Min Min. Hij leert goed en misschien zal hem een beter lot zijn beschoren. Maar de school kost handen vol geld. Het schoolgeld is 4000 kyat per jaar. Het schooluniform – twee sets groene lungyi’s - kost 3000 kyat. Min Min moet ook een pen hebben, en schoolschriften.
Na de lunch fietst Tin Moe naar het treinstation aan de Bagyoke Aung San Lan. Deze brede doorgangsweg is een van de drukste straten van Yangon, vol vrachtwagens, taxi’s en privé-auto’s van de kleine elite. Tin Moe heeft geluk want op de weg daarheen krijgt hij een klant die de trein naar Taungo moet nemen. Het heeft eindelijk opgehouden te regenen, maar de lucht is heet en de weg staat vol waterplassen, omdat het rioleringssysteem die grote hoeveelheden water niet aankan.
Tin Moe fietst langs het beroemde The Strand. Dat dit hotel een van de grote koloniale Aziatische hotels is, ooit een luxueuze oase voor de zich eeuwig superieur wanende Britten, zegt hem niets. Hij weet dat het hotel zo’n 10 jaar geleden is opgeknapt, maar dat die renovatie meer dan 30 miljoen dollars heeft gekost, weet hij ook niet. Bovendien zou hem dat bedrag niets zeggen. Evenmin zou het veel indruk maken als hij wist dat de goedkoopste kamer in dat hotel 415 US dollars kost.
Een lange rit naar de aanlegsteiger. Het is meer dan een kilometer en de klant betaalt 100 kyat. En hij heeft zijn klant nog niet afgeleverd of hij krijgt een volgende klant die naar de Sule Paya wil, de pagode met de vergulde stoepa middenin het centrum. Weer een lange rit die hem 70 kyat oplevert.
Tegen zessen keert Tin Moe terug naar zijn behuizing. Hij is moe en heeft honger. Maar het was een goede dag, hij heeft iets meer dan 1000 kyat verdiend. Terwijl een normale dag nooit meer oplevert dan 700 kyat. Het avondeten bestaat uit rijst met wat groente en curry.
Het gezin eet anderhalve kilo rijst per dag. Een zak rijst van tweeënhalve kilo kost 150 kyat. Na het eten zitten ze nog wat op het bed te praten. Soms gaat Tin Moe bij een van de buren vooraan de steeg televisie kijken. Zij hebben het enige toestel in de buurt. Maar de propagandaprogramma’s van de militaire machthebbers vindt hij niet boeiend. Soaps vindt hij wel mooi. Al begrijpt hij niets van die wereld en kan hij zich er ook geen voorstelling van maken. Maar de sterren spreken Birmees, dus het moet in Birma zijn. Maar waar dan?
Tegen negenen gaat Tin Moe naar bed. Morgen is een nieuwe dag en je kunt niet altijd zoveel geluk hebben als vandaag.

Tin Moe neemt afscheid van zijn vrouw Kay Zin.
Tin Moe neemt afscheid van zijn vrouw Kay Zin.

 

 

Reismagazine voor Azië
Reismagazine voor Azië het boeienste werelddeel