Meer verhalen in
ons AZIË-archief

THAILAND

Bekijks voor bergvolken

Padaungvrouw met ringen om haar nek.
Padaungvrouw met ringen om haar nek.

De bergvolken in het noorden van Thailand vormen sinds jaar en dag een toeristische attractie. Ruim een half miljoen mensen behoren tot deze etnische minderheden in het noorden. Het zijn vooral de vrouwen van het Padaungvolk in het grensgebied met Birma, die door hun koperen nekringen de aandacht krijgen. Ze worden daarom wel giraffe-vrouwen genoemd.

De ringen -een set weegt al gauw vijf kilo- drukken de ribben en schouderbladen naar beneden. Oudere vrouwen hebben moeite om lang rechtop te zitten. Als ze zitten, leggen ze hun hoofd tegen een muur of stoelleuning. De nekspieren zijn nauwelijks ontwikkeld.
Elke dag worden de ringen schoongemaakt met het sap van een vrucht. Als de ringen moeten worden vervangen, helpt een dorpsgenoot om te voorkomen dat het hoofd omklapt.
Het dragen van de ringen vindt zijn oorsprong in verschillende oude verhalen. Mannen zouden hun vrouwen onaantrekkelijk willen maken voor mannen van andere volken en tijgers -gezonden door bosgeesten- zouden de nek van de vrouwen niet kunnen doorbijten. Verder zou de zwanennek duiden op de afstamming van een draak met een zwanennek. Sommigen vrouwen beschouwen de ringen gewoon als traditionele versiering.

Lisu-vrouw in Pai in het noorden
Lisu-vrouw in Pai in het noorden.

Ieder jaar nemen duizenden toeristen deel aan georganiseerde trektochten naar de dorpen van de hilltribes. Het wemelt van de trekkingbureaus in Chiang Mai. In schreeuwerige superlatieven doen die hun aanprijzingen. Ze schuwen daarbij niet het gebruik van denigrerende en soms zelfs uitgesproken racistische omschrijvingen. Ook in reisfolders van organisaties die trektochten in hun programma hebben, wordt vaak ongegeneerd gesproken over hoe primitief de bergvolken wel niet zijn en hoe interessant het is om dat te zien.
De meningen over de invloed van het toerisme op de traditionele leefwijze van de bergvolken zijn al langer verdeeld. Bezoeken aan de dorpjes van de bergvolken kenmerken zich door korte stops of overnachtingen, vaak met een ongeïnteresseerde of onkundige gids. Aan kraampjes kun je souvenirs kopen die vaak niet eens uit het dorp afkomstig zijn. De contacten zijn doorgaans volstrekt oppervlakkig en soms respectloos.
Voor steeds meer bewoners van de bergdorpen zijn dit soort bezoeken een doorn in het oog. ”This kind of tourism is like visiting a zoo,” zegt het programma van de Population and Communty Development Association Chiang Rai (PDA). ”Toeristen komen zo niets te weten van de cultuur van de bergvolken die op hun beurt nauwelijks profijt van het toerisme hebben,” aldus PDA.
Een nieuw project zou verandering kunnen brengen. Hiervoor is het Akha-dorp Ban Lorcha gekozen, gesitueerd langs de Thaton-Mae Chan Highway in de provincie Chiang Rai, ongeveer een kilometer vóór de afslag naar Mae Salong. Bij de ingang van het dorp betaal je 50 baht entree. De inkomsten worden aangewend voor onderhoud en ontwikkeling van het dorp, en ter ondersteuning van weduwen, wezen en ouden. Na betaling krijgen bezoekers een rondleiding door het dorp onder leiding van een dorpsbewoner, en demonstreren de dorpelingen traditionele activiteiten als dansen en handwerken.
Het PDA assisteert, maar het project is geheel in handen van de dorpelingen zelf. Op die manier profiteert alleen de dorpsgemeenschap van het toerisme. Het is de bedoeling dat eenzelfde project wordt opgezet in meer dorpen.

Meer dan de helft van de hilltribes behoort tot de Karen. Overige volken zijn Lahu, Mien, Hmong, Lisu en Akha. De meeste minderheden zijn ooit gekomen vanuit China en Tibet gedwongen door hongersnood en vijandelijkheden.
Karen, circa 300.000. De meeste Karen zijn te vinden in het westen, langs de grens met Birma, waar ook vluchtelingenkampen zijn. Padaung of longnecks vormen een aparte Karen-groep. Padaung leven in het noordwesten van Thailand, niet ver van Mae Hong Son.
Hmong, circa 130.000. De meeste Hmong zijn animistisch en hun dorpen zijn in de provincies Chiang Mai en Chiang Rai.
Mien, ruim 40.000. De animistische Mien zijn sterk beïnvloed door het Chinese taoïsme. In Thailand leven ze verspreid over het gehele noorden.
Akha, circa 50.000. Veel Akha-vrouwen verkopen spullen op de beroemde nachtmarkt van Chiang Mai. Akha-dorpen zijn in de provincie Chiang Rai.
Lahu, circa 70.000. De meeste Lahu-concentraties zijn langs de noordelijke grens met Birma en in de provincie Chiang Rai.
Lisu, circa 30.000. Ze leven vooral in de streek rond Pai en in het noorden.

 

Reismagazine voor Azië
Reismagazine voor Azië Australië en Nieuw Zeeland