Meer verhalen in
ons AZIË-archief

FILIPPIJNEN

Imelda’s onttakelde paleis

Tekst en foto’s: Herbert Paulzen

Tagatay en Ta’al zijn in de loop der jaren toeristische centra geworden, die vooral in de weekeinden duizenden mensen trekken. Ze strijken massaal neer op de Picnic Grove
Tagatay en Ta’al zijn in de loop der jaren toeristische centra geworden, die vooral in de weekeinden duizenden mensen trekken. Ze strijken massaal neer op de Picnic Grove

Voor de inwoners van Manilla is het amper 80 kilometer verwijderde Tagatay een geliefde weekeindbestemming. Ze ontvluchten de verstopte Filippijnse hoofdstad om massaal te picknicken op hooggelegen grasvelden. Met fantastisch zicht op een meer en eilandkraters.

Borden met prachtige slogans staan aan de linkerkant van de weg die zich in bochten omhoog slingert naar de 750 meter hoge berg Sungay. Slogans die aangeven waarvoor Tagatay, het stadje aan de voet van de berg, allemaal staat: Humility, Initiative, Discipline, Hardwork, Cleanliness, Dependability, Responsibility, Forgiveness, Gratefulness, Patience en Truthfullness.
Wie kan de ironie niet ontgaan? Op de top van de berg staat een symbool van dictatoriale corruptie. Hier liet presidentsvrouw Imelda Marcos, de vrouw met de 3000 schoenen, een luxueus onderkomen bouwen ter gelegenheid van het aangekondigde bezoek van de Amerikaanse president Ronald Reagan. Daarvoor liet ze eerst de top van de berg weg halen met ettelijke tonnen dynamiet. Toen het paleisje in sneltreinvaart voltooid was, zag Reagan toch maar van een bezoek af; de Filippijnse archipel was hem te onrustig.
Na de val van dictator Marcos bestormde een woedende menigte het paleis en verwoestte het grotendeels. Wat nu rest, is een onttakelde betonnen kolos. Een paar kamers zijn weer sobertjes ingericht. In eentje hangen de portretten van alle Filippijnse presidenten, dus ook van Marcos, Imelda’s man.

In de schaduw van bomen en open paviljoens genieten
In de schaduw van bomen en open paviljoens genieten
Filippino’s van meegebrachte lekkernijen

Aan de voet van de ruïne ligt het Peoples Park in the Sky, een speelplaats en een podium voor openluchtshows voor kinderen. Vanaf hier is het zicht op het grote meer Ta’al en de vulkanen op de eilanden prachtig –althans bij mooi weer. Maar meestal is het heiig, waardoor de kraters minder goed zichtbaar zijn.
Het meer is een natuurkundig fenomeen: het is eigenlijk een krater. Het grootste deel van het eiland ontstond na een enorme eruptie in 1911. De hoogste krater op het eiland is Binitang Malaki, die voor ’t laatst spuugde in 1715. De lagere krater aan de westkant, Tabaro, is nog steeds actief.
Het drukke Tagatay, met straten omzoomd door fruit- en bloemenstalletjes en gelegen op 600 meter hoogte, is het uitgangspunt voor tochten naar het vulkaaneiland. Van bijna overal zijn het eiland en het meer te zien. Geen wonder dat hier Manilla’s rijken hun pompeuze villa’s lieten bouwen. Daarvoor moesten de meeste pijnbomen die het zicht belemmerden, sneuvelen. De rust van de rijkelui is echter danig verstoord, want Tagatay en Ta’al zijn in de loop der jaren toeristische centra geworden, die vooral in de weekeinden duizenden mensen trekken.
Ze strijken massaal neer op de Picnic Grove, waar ze in de schaduw van bomen en open paviljoens van meegebrachte lekkernijen genieten. Lekker samen, Filippino’s houden van gezelligheid met z’n allen: familie en vrienden, jong en oud, manen en vrouwen.
Wie het zich kan permitteren, gaat voor de lunch naar een van de vele half overdekte restaurants. Onder die eetgelegenheden is 'Leslies' het populairst. Hier kun je met z’n tweeën voor € 7 specialiteiten bestellen als knoflookrijst, garnalensalade en verse krab plus een San Miguel biertje. Terwijl je geniet van eten en uitzicht, spelen musici zoetsappige Filippijnse deuntjes aan je tafel.

Reismagazine voor Azië
Reismagazine voor Azië Australië en Nieuw Zeeland