FILIPPIJNEN
Jeepneys: rijdende kunstwerken
Tekst en foto: Herbert Paulzen
![]() |
Het heeft zeven koplampen, vele rode en gele en blauwe flikkerlampjes, zes hoge wiebelende antennes, een roze madonnabeeldje achter de open voorruit, bloemetjes van plastic op het dashboard en vijf boxen waaruit mierzoete popmuziek dreunt. Het geheel blinkt en doet zeer aan je ogen. De naam is Lover Boy, een jeepney.
Een jeepney is typisch Filippijns en net zo typisch is de man achter het stuur: rode hoofdband, mouwloos T-shirt, op de bovenarm een tatoeage van een dame met daaronder de naam Maria.
Hij schakelt, geeft gas, remt, bekijkt zich in twintig spiegels, draait aan knoppen onder het bordje God is my co pilot. Alles kraakt, bromt en trilt. Passagiers zitten opeengepakt op smalle banken tussen zakken en tassen en trillen mee. Ze zien niets, want het gevaarte rolt over de weg in een wolk van stof.
In een kakofonie van lawaai, stuiven duizenden jeepneys over de vele eilanden van de Filippijnse archipel. Hoe verder afgelegen, hoe voller. Geen plaats op de bankjes? Dan maar op het dak. Liggen daar al 30 cementzakken? Dan ga je daar maar opzitten. Dreig je eraf te vallen? Hou je je maar vast. Kun je niet tegen het lawaai? Doe oordoppen in.
Het zijn rijdende kermisauto’s zonder welke transport van mensen, dieren en goederen niet mogelijk zou zijn. Filippijnse jeepneys zijn een instituut. Ze zijn zo typerend voor de Filippijnen als paarden voor cowboys, zwarte verlengde geblindeerde limousines voor heersers uit het Kremlin, tuktuks voor Bangkok en fietsen voor Nederlanders.
Maar ze dreigen te verdwijnen! Dat wil zeggen: de kermisautovariant. In de grote steden, Manilla voorop, zijn nog steeds de meeste vervoermiddelen jeepneys en jeepney-achtigen, maar die zijn meer gestroomlijnd, minder bont en minder versierd. Dat zijn de eigentijdse jeepneys, de fabrieksjeepneys. De bestuurders zien er minder uit als piraten en meer als gewone stadsjongens.
Jeepney, afgeleid van jeep en met jeeps is het allemaal begonnen. Na de Tweede Wereldoorlog, die vooral Manilla verwoest achterliet, was het land bezaaid met door de Amerikanen afgedankte legerjeeps. De vindingrijke Fillipino’s ontfermden zich over de hele en halve wrakken en knutselden, improviseerden, herbouwden en verbouwden, combineerden en remodelleerden, poetsten en beschilderden. Een nieuw autotype zag het daglicht. Vehikels voor vier tot dertig passagiers. Rijdende kunstwerken met een sociale functie.
In feite kan iedere jeepney gedecoreerd worden met wat de geest je ingeeft: stilstaande en bewegende figuren, vlaggen, stickers, spiegels, lampjes, beschilderingen. Aan de fantasie van de jeepneybezitter kun je zijn karakter aflezen, zijn persoonlijkheid en mentaliteit. De ene is nog mooier en gekker dan de andere.
In de loop der jaren zijn de jeepneys uitgerust met zwaardere motoren en worden ze fabrieksmatig gemaakt. Zo is een echte jeepney-industrie ontstaan met fabrieken die de body’s op bestelling produceren. Altijd eerst de body. De motoren – die niet locaal gebouwd worden – worden later ingebouwd.
![]() |
|
| Bij de firma Sarao in Manilla staan enkele bestelde jeepneys klaar | |
Een pionier in de bouw van jeepneys en nu een van de allergrootsten is de firma Sarao Motors in Las Peñas, even buiten Manilla. In een reusachtige assemblageruimte staan de bestelde vehikels in de verschillende fasen van ontwikkeling. Alle chroom- en metaalstukken van de chassis worden stuk voor stuk op maat gesneden, gelast en aan elkaar geschroefd. Geen lopende band, geen uniformiteit.
De bestellers hebben hun jeepney uitgezocht in een uitgebreide catalogus, waar alle denkbaar mogelijke modellen staan afgebeeld. Ook de tekeningen en schilderingen en de andere decoraties binnen en buiten hebben ze uitgezocht, maar individuele wensen zijn altijd mogelijk; een kwestie van geld. Jeepneys met een officiële capaciteit tot 20 personen kosten tot een half miljoen peso’s (10.000 US dollars).
Uiteraard zijn de namen altijd volkomen individueel: Darwin, Shirley, First of May, Sparky, Margarita, God love Bong, Strauss, Christ the King, Saint Anthony, Gabriel, Daisy Soto, Gr een Horn, Sunlight, Moon Raker…. enzovoorts. Er is, dat is niet te overzien, een voorkeur voor vrome namen, want God of Maria of een of andere heilige rijdt altijd mee. Ook in Lover Boy.
![]() |
|
| Jeepneys met een officiële capaciteit tot 20 personen -proppen maar- kosten tot een half miljoen peso’s (10.000 US dollars) |
|



