Nepal
Deepawali: feest van het licht
Tekst en foto’s: Herbert Paulzen
![]() |
Deepawali, letterlijk een rij lampen, is het Feest van het Licht in Nepal. Een andere naam is Tihar, het nieuwjaarsfeest van de Newar, de in aantal belangrijkste bevolkingsgroep in de vallei van Kathmandu. Het feest duurt vijf achtereenvolgende dagen en is gewijd aan Laxmi, de godin van de rijkdom en geluk. Het feest valt op de dagen van de volle maan in november en markeert het begin van de Nepalese herfst.
Dagen voor het feest zijn de voorbereidingen in volle gang. Woningen, winkels, kantoren en andere gebouwen krijgen een grondige schoonmaakbeurt en een nieuw verfje. Ze worden gedecoreerd met kermislampjes, bloemslingers en vlaggetjes. In de bazaars is het nog drukker dan gewoonlijk. Vooral in de oude wijk Ason kun je je dan nauwelijks een weg banen. Veel winkeliers hebben hun koopwaar buiten geplaatst en daar moeten ze concurreren met een armada van straatventers.
Wat zoal? Kaarsen, bonte kerstlichtjes, massalapakjes (noten en zoetigheden), bloemslingers en verfpoeder, waaronder het populaire vermiljoen, voor de noodzakelijke tika’s, de stippen op het voorhoofd.
In de kranten wensen adverteerders hun klanten Happy Deepawali met beelden van de geliefde godin Laxmi. Verder is er een soort advertentiestilte, want tijdens het feest zijn de meeste winkels -behalve in de toeristenwijk Thamel- dicht.
De eerste dag van Deepawali is gewijd aan de kraai die gezien wordt als boodschapper tussen de goden en de aardbewoners. Bordjes van bladeren met rijst, wierook en olielampjes worden op straat geplaatst. Op de tweede dag valt honden, zowel huisdieren als straathonden, een bijzondere eer te beurt. Ze krijgen een rode tika op het voorhoofd en een slinger van gele bloemen om hun nek. En extra porties. Ze zijn er vaak zo beduusd van dat ze mak en gedwee op de stoep of in de huisingangen zitten of in de schaduw van een tempelmuur.
![]() |
|
| Wandelen over de markt in Patan. Er is van alles te koop. |
|
De tweede dag, Laxmi Puja, is gewijd aan Laxmi, de godin van geluk en vooral rijkdom. Deze dag staat geheel in het teken van het Licht. In nissen, op de stoep, op binnenpleintjes, in vensters, gangen, veranda’s en op de platte daken staan kaarsen en olielampjes. De voorkanten van de huizen zijn behangen met gekleurde aan- en uitflakkerende lichtjes. Het verleent de straten een feeëriek uiterlijk. Vooral de oude kernen van Kathmandu, Bhaktapur en Patan zien er fantastisch uit.
Uit de ingangen van de huizen lopen zandtapijten. Gekleurd zand en rijst, oker, geel, roodachtig, vermengd met gedroogde koeienmest en vermiljoen. Deze tapijten eindigen in mandala’s, fraai gevormde en eveneens met gekleurd zand en gedroogde koeienmest en symbolische geometrische figuren versierde cirkels. In het midden van de cirkel staat een bordje van bladeren met fruit. Rond de cirkels, langs het tapijt en op de stoepen staan kaarsen en olielampjes.
Deze tapijten moeten Laxmi de weg naar binnen wijzen. Binnen staat een met bloemen versierd beeld van de godin op een markante plaats, daar waar de families hun kostbaarheden bewaren. De avondgebeden moeten leiden tot een verdubbeling van de familieschat. De godin is zittend afgebeeld, met vier handen.
Mandala’s worden ook op andere plaatsen getekend. Zoals op Durbanplein in het hart van de oude stad in Kathmandu: een grote mandala, met een diameter van drie meter, in felle kleuren rood en blauw, groen en wit.
Alle geldelijke transacties zijn op die dag taboe. Maar dat geldt niet voor de Dheunsi, de van deur naar deur trekkende kinderen die al zingend om geld of voedsel bedelen. Bhailo-zangers worden ze genoemd en ze doen veel katholieken denken aan Sint Maarten.
Ook trekken muzikanten door de straten. Ze blazen op gekromde schalmeien en slaan op tabla’s, grotere trommen en cimbalen. Veel melodieuze lijnen zijn niet te ontdekken, lawaai is belangrijker. Vaak zijn de muzikanten gek uitgedost, met malle hoofddeksels of maskers. In cd-winkels zie je jonge meiden dansen als waren ze in een disco, gadegeslagen door glimlachende mannen.
De derde dag, de belangrijkste van de vijf feestdagen, begint met de verering van de koe, vertegenwoordigster van de godin en daarom heilig. Op deze dag worden de koeien geëerd met bloemenslingers en rode tika op hun voorhoofd. Soms worden bijzondere koeien gesignaleerd, zoals tijdens het laatste Deepawali-feest in het Nuwakot-district in de vallei van Kathmandu. Daar was een echte heilige koe, een koe die behalve vier poten ook nog een hand had, op de rechterflank. Een hand met verschillende als zodanig herkende heilige symbolen. Velen trokken naar de stal waar de eigenaar zijn koe had ondergebracht; mensen raakten de koe aan en legden geld aan haar voeten.
Op deze dag lopen mensen in hun beste kleren. De meeste mannen zijn gestoken in Westerse pakken of in de nationale dracht (nauwsluitende beenkleren, hemd uit de broek, vest, en westers colbertje), daarbij dragen ze de traditionele topi. De vrouwen dragen hun mooiste sari’s, in overheersend rood, in de scheiding van hun haar een dikke streep vermiljoen. Iedereen heeft ’s ochtends in een van de tempels een rode tika gehaald. Velen dragen nog bloemen op het hoofd.
De vierde dag is Nieuwjaarsdag volgens de Newar kalender. Alle Newar hopen op geluk en voorspoed in het komende jaar.
De laatste dag van Tihar is een typische familieaangelegenheid: zusters vereren op die dag hun broers en smeren hen een dikke tika van rijst en vermiljoen op het voorhoofd. Deze ceremonie heet bhai tika. Voor deze plechtigheid wordt uitgebreid gegeten.
![]() |
|
| Weer zo'n symbolische versierde cirkel, zoals je ze kunt zien in Kathmandu en Bhaktapur. | |



