Meer verhalen in
ons AZIË-archief

 

 

Reisverhalenwedstrijd

SYRIË

PALMYRA: EEN ANTIEKE OASE

Tekst en foto’s: Eildert de Boer

Palmyra in Syrië. Een oase in de woestijn, een verademing van antiek erfgoed, omzoomd door duizenden palmbomen.

Palmyra of Tadmur, het Semitische woord voor dadel, dankt zijn bestaan aan de zwavelhoudende bron Efqa die nu in de buurt van een hotel aan de moderne weg richting Damascus ligt.
Palmyra ligt in wat vroeger bekend stond als het land van melk en honing waardoor de rivier Eufraat slingert en voor vruchtbaarheid zorgt. Olijfbomen, graan, katoen en uiteraard dadels groeien hier, in het hart van de woestijn.
Palmyra behoort met Aleppo en de oude stad van Damascus tot het beste dat Syrië heeft te bieden. Druk is het niet in Palmyra. De kans de stad in alle rust te bekijken, is groot. Trek gerust twee dagen uit voor een bezoek aan deze oase in de woestijn.
In de eerste eeuw was Palmyra een vazalstaat van Rome. Dat duurde tot aan 272 toen koningin Zenobia de macht naar het hoofd steeg en rebelleerde. Onder Zenobia verkreeg Palmyra grote rijkdommen. Zenobia beweerde af te stammen van Cleopatra en wilde heerseres worden van het Oosten en over Rome. Zij zocht de confrontatie, maar in 272 werden haar legers verslagen door de Romeinen onder keizer Aurelianus.
Daarmee werd het begin van het einde van de bloeiperiode van Palmyra ingeluid. Door de eeuwen heen maakten invallen van onder anderen Arabieren en Turken van de monumentale stad met zijn klassieke grootstedelijke uitstraling een ruïnestad. Veel paleizen, tempels en zuilengalerijen werden door bruut geweld verwoest.

Torengraf.
Torengraf.

Een bezoek aan Palmyra valt in delen uiteen. Een wandeling door de straat waar de hotels, eethuisjes en winkeltjes liggen en geheel in het zwart geklede vrouwen boodschappen doen, is naar keus. Het museum, de antieke stad met de tempels en de graftombes met in de buurt het Arabische kasteel Qalaat ibn-Ma’an zijn de niet te missen attracties van de woestijn.
Het museum ligt tegenover een openluchtrestaurant waar groepsreizigers aan lange tafels worden neergezet voor het middageten. In de zalen van het museum zijn neolithische vondsten te zien en is natuurlijk de geschiedenis van Palmyra gereconstrueerd. De afbeeldingen van mannen en vrouwen op de grafreliëfs geven een indicatie van de welvaart in Palmyra.
Vanuit het museum loop je zo de antieke stad in. In de colonnadestraat word je achtervolgd door hardnekkige menners van dromedarissen die je een ritje aanbieden. Te voet blijkt echter de beste manier om de stad te zien. Naast het theater, de agora (het plein) en diverse halve tempels, is de tempel van Bel de attractie. De tempel van Bel is eigenlijk een hof met de afmeting van twee voetbalvelden. Er ligt geen gras, wel vele bouwstenen en omgevallen zuilen. Elke gids vertelt boeiend over hoe offerdieren hier binnen werden geleid en het bloed vakkundig werd opgevangen en afgevoerd.

De op enkele plaatsen fraai versierde tempel van Bel, genoemd naar de god Bel (vergelijk de Griekse god Zeus), is het grootste monument in de woestijnstad.
De graftombes liggen volgens klassiek patroon buiten de stad. Het zijn familiegraven met verschillende lagen waarin sarcofagen werden geschoven. De diepte van zo’n graf gaat tot twee meter. Er staan ook nog enkele vierkante graftorens; die van Elbal en Yamliku zijn het gaafst.
Wie van wandelen geen genoeg kan krijgen, loopt over het terrein naar het kasteel. Bij voorkeur aan het einde van de middag. Je bereikt dan tegen zonsondergang de burcht. Zittend op een van de kasteeltorens heb je dan uitzicht over Palmyra.
Naast het antieke Palmyra bestaat het bewoonde Palmyra. De huizen zijn betonnen bunkers met roestvlekken. In de hoofdstraat zijn restaurantjes, hotels en veel snuisterijenwinkels. Zo in de avonduren kun je de mannen aan de waterpijp zien lurken. Sommigen nodigen je vriendelijk uit mee te doen. Veel kwaad kan dat niet en ze bieden je zo de gelegenheid in contact te komen met de vriendelijke kant van de Syrische bevolking. Wie vertier zoekt in Palmyra komt bedrogen uit. De straten zijn nauwelijks verlicht en eettentjes gaan vroeg op slot.

Palmyra in het noordoosten is gemakkelijk te bereiken per auto en gids of met de bus vanuit Damascus (bijna 250 kilometer, zeker drie uur). In de stad zijn voldoende hotels, meest eenvoudig, enkele luxe. Je kunt overal eenvoudig en heerlijk eten. Er is een toeristenbureau en een postkantoor, allemaal op loopafstand. Palmyra ligt vol met stenen en kuilen, zorg voor goed schoeisel. Je bent midden in de woestijn. Overdag schijnt de zon fel, in de avond koelt het behoorlijk af. Voor een bezoek aan de tempel van Bel, het museum en het kasteel betaal je entree. De gids betaal je apart. Een aantal graftombes kun je alleen maar met een gids bezoeken.
Het voor- en najaar is de beste reistijd voor Syrië. Geldig paspoort (zonder Israëlisch stempel) en visum zijn verplicht.
Meer informatie: www.syriatourism.org

Reismagazine voor Azië
Reismagazine voor Azië het boeienste werelddeel