INDONESIË
Bali boeit bezoeker
Tekst en foto's: Eildert de Boer
![]() |
Bali is meer dan enig ander Indonesisch eiland gezegend met een duurzame bron van inkomsten: het toerisme.
De resorts en guesthouses -ook de net geopende- zitten vol. Dat is wel eens anders geweest. Na de bomaanslagen in 2002 en 2005 bleven de stranden en resorts lange tijd leeg. De smeekbeden aan de toerist om terug te komen, zijn verhoord. Het aantal toeristen is in de afgelopen 2 jaar flink gestegen, zeker uit China en Rusland.
Maar het zijn de bezoekers uit die 2 landen die andere gasten afschrikken. Het in alle opzichten boertige gedrag van vooral de Russen staat in schril contrast met de fijnheid en gratie die de Baliërs uitstralen. Vanwege de inkomsten uit hun doorgaans dienstverlenende baantje nemen ze een hoop ergernis voor lief.
Wat maakt Bali zo aantrekkelijk dat zo'n beetje iedereen er naar toe wil? Het gaat om een unieke combinatie van elementen. Het heerlijk tropische Bali is als eiland compact, overzichtelijk en gemakkelijk te bereizen. Toch is het eiland groot genoeg om steeds weer wat nieuws te ontdekken. Verder is er de grote veelzijdigheid van het toeristisch product: avontuur, natuur, cultuur, rust en vertier, zon, zee en strand. Maar wel zo verdeeld dat deze elementen óf in combinatie óf apart te genieten zijn.
![]() |
Zo’n 35, 40 jaar geleden stelde Bali zich open voor grootschalig toerisme. Kuta, toen nog een rustig vissersplaatsje met een schitterend strand waar wat kunstenaars en hippies neerstreken, is nu een Aziatisch Benidorm met vele surfers.
Sanur, aan de andere kant van de zuidpunt, herbergt een onafzienbare rij van luxe hotels in parktuinen. Lovina aan de noordkust ontwikkelt zich volgens een model dat het midden houdt tussen Kuta en Sanur.
Op Bali vind je tempels en heiligdommen in alle soorten en maten, belangrijke en minder belangrijke. Het aantal tempels beloopt de duizenden. Elke dag is er wel ergens een tempelceremonie. De bevolking kleedt zich dan op haar paasbest en de toerist mag vaak genoeg genieten van de kleurrijke rituelen.
Een van de mooiste sawalandschappen van Bali ligt in de provincie Karangasem. De weg Amlapura naar Rendang slingert er dwars doorheen. Ligt een rijstveld even braak, dan zaaien de boeren bladgroente, tapioca of pinda’s in.
Vanaf Rendang is het 5 kilometer naar de pura Besakih, de heiligste tempel van het eiland. Net zoals bij alle andere tempels op Bali worden hier dagelijks offers gebracht of dansen opgevoerd.
Wie zon en zee wil en de te toeristische kustplaatsen in het zuiden wil ontlopen, gaat naar Candi Dasa, richting oosten. De baai waaraan Candi Dasa ligt, wordt gemarkeerd door twee rotskaapjes, Cape Sari in het westen (bij Padang Bai vanwaar de veerboot naar Lombok vertrekt) en Bugbug in het oosten. Bij Candi Dasa loopt de doorgaande weg rond de baai dicht langs de kust. Hier zijn ook de hotels en losmen gevestigd die de plaats rijk is.
![]() |
In Candi Dasa mis je echter de brede zandstranden, zoals in Kuta. Het koraalrif voor de kust van Candi Dasa is in de jaren 80 vernield door explosies, omdat kalk als bouwmateriaal nodig was. Als gevolg daarvan heeft de zee het mooie strand van Candi Dasa zo goed als weggespoeld.
Op circa 5 kilometer inwaarts van de kustweg langs Candi Dasa wonen en werken in het dorp Tenganan de Aga, de oorspronkelijke bewoners van Bali. Het gaat er hier toe als een soort openluchtmuseum. Wie wil kijken hoe de Aga leven moet voor de toegang betalen. Het meeste in Tenganan is authentiek, zoals de dubbel geweven ikat; prachtige doeken. Er zijn woningen waar je binnen mag. De Aga bezitten alle vruchtbare grond in de omgeving, maar die verpachten ze aan anderen. Zo kunnen ze zich helemaal wijden aan het cultiveren (en exploiteren) van hun dorp.
Op weg naar Candi Dasa -overal op Bali is transport te regelen of een auto te huren- kom je in de buurt van Klungkung, een plaats met Hollandse historie. "De hooghartige vazal is niet klemmende genoeg onzen wil opgelegd en tot nog toe teveel ontzien," meldde in 1908 een rondreizende rapporteur in Klungkung aan de Nederlandse gouverneur in Batavia. Deze conclusie was aanleiding voor een bombardement met Hollands geschut op het paleis van de radja van Klungkung.
De quote van de rapporteur is te lezen in een oude editie van de Javabode die ter inzage ligt in het kleine museum Semarayaya. Dat ligt pal naast de Bale Kambang, het mooie stenen paviljoen dat lijkt te drijven in een lotusvijver.
Het paviljoen is een van de weinige bouwsels van het vorstelijke complex die gespaard bleven. Van het verwoeste paleis staat verder nog de zuidpoort overeind, gebouwd in Balinese tempelstijl, en de Kerta Gosa. In dat laatste gebouw, het traditionele gerechtshof, is tot in 1950 nog recht gesproken.
Op Oost-Bali staat het waterpaleis van Amlapura. Overal hoor je kabbelend en klaterend water. De radja van Amlapura moet een echte waterliefhebber geweest zijn. Hij bouwde aan de kust bij Ujung dit waterpaviljoen en tegen de hellingen van de vulkaan Agung nog een complex watertuinen. Tirtagangga, oftewel water van de Ganges, noemde de vorst dit complex. De tuinen zijn aangelegd middenin het gebied van Bali’s mooiste rijstterrassen.
De vijvers en baden zijn eigenlijk veredelde sawa’s. De radja heeft er maar 15 jaar plezier van gehad, want in 1963 gooide een uitbarsting van de vulkaan Agung roet en vulkanisch puin in de natte weelde. De bron van radja’s watertuin is gerestaureerd net als de meeste beschadigde beelden van waterspugende demonen en fabeldieren.
Voor weinig duiten kun je een bad nemen in het vorstelijke eerste water, een bassin dat alleen voor de radja bestemd was. Maar dan heb je het duikplateau op elegante zuiltjes ook voor jezelf. Voor nog minder geld baad je in het overigens glasheldere tweede water waarmee voorheen de hofhouding genoegen moest nemen.
Vanuit het kleine en superrustige Tirtagangga kun je wandelingen en dagtochten maken door prachtig sawalandschap naar dorpjes en tempels in de omgeving.
![]() |
Bali betekent cultuur en dus traditionele dansen. Een kilometer of 7 ten oosten van Denpasar ligt Batubalan. Het plaatsje is bekend vanwege de traditionele hout- en stenenbewerking, maar nog meer om een aantal barongdansgezelschappen.
Het mooie van Batubalan is dat de dansen in het decor van de Jura Pushtempel worden uitgevoerd. Het dozijn gamelanspelers hamert driftig in de maat op de bronzen klankstaven. De Balinese gamelan houdt de vaart erin en heeft vaak leuke melodietjes. De barongdansers bewegen zich net zo levendig als de muziek. De barong is de naam van de draak die het goede belichaamt.
De speler in de barongrol heeft het zwaar, met zijn masker en het warme kostuum. Zijn tegenspeler is de boze feeks Ranga, vervaarlijk uitgedost met scherpe tanden en lange nagels. Zij gaat zo te keer dat zelfs de priester haar niet meer de baas kan. Bewapend met heilige krissen worden krijgers erop uit gestuurd om Ranga te doden. Maar zij weet hen in de luren te leggen en te beheksen, zodat ze zichzelf verwonden. Ondertussen moet er ook nog een mooie prinses worden bevrijd en zijn er levendige jachtscènes. Let vooral op het speelse spel van de acteur die de aap speelt. In de marge van het toneel lijkt hij voor het publiek een soort commentaar op het verhaal op te voeren.





