TIBET
Lhasa: het omknelde hart
Tekst en foto's: Herbert Paulzen

Het Barkhorplein voor de Jokhangtempel.
Lhasa, de hoofdstad van Tibet, is in 25 jaar tijd sterk veranderd. Tibetanen vormen een minderheid in hun eigen hoofdstad. Chinese architectuur heeft het oude Tibetaanse hart van de stad omkneld. Druk verkeer op straat, moderne winkels en warenhuizen, hotels en restaurants: uit alles blijkt dat de Chinezen de politieke en ook de economische macht in handen hebben.
Lhasa is een boeiende en prachtige stad – althans het oude hart met de Jokhangtempel, het Barkhorplein en het Potala-paleis. Het Chinese beleid is -naar buiten toe- iets soepeler geworden. Wie zich aan de Chinese regels houdt, mag zijn oude en diepgewortelde geloof vrijelijk uitoefenen. Daarom blijft Lhasa, net als vroeger, voor de meeste Tibetanen een heilig oord van pelgrimage.
De Jokhang is het hart van het Tibetaanse boeddhisme. Iedere Tibetaanse boeddhist wil op zijn minst eenmaal in zijn leven als pelgrim naar deze tempel komen. Dagelijks, het hele jaar door, bezoeken mannen en vrouwen dit heiligdom. Ze werpen zich op de grond, richten zich op, vouwen de handen voor het gezicht en werpen zich opnieuw op de grond. Urenlang.
Na hun plichtplegingen voor en in de Jokhang lopen de pelgrims over de kora, de pelgrimsroute rond de tempel. Ze prevelen de mantra om mani padme hum, draaien een gebedsmolen rond en tellen de 108 kralen van een rozenkrans.

Pelgrims werpen zich op de grond voor het heiligdom met goudvergulde torens.
Het oorspronkelijke gebouw moet uit de 7e eeuw stammen, om – zo zegt de legende – een boeddhabeeld onderdak te verlenen. Dat beeld zou zijn meegebracht door de Nepalese prinses Bhrikuti als bruidschat bij haar huwelijk met de Tibetaanse koning Songsten Gampo. Diens andere vrouw, de Chinese prinses Chen Weng, zou de Ramoche-tempel hebben gesticht om een door haar meegebrachte boeddhafiguur, de Jowo Sakyamuni, in onder te brengen. Na het overlijden van de koning werd ook die figuur naar de Jokhang gebracht. Vanaf die tijd heet de tempel Jowokhang of Jokhang.
Van het oorspronkelijke gebouw is weinig meer over, want in de loop der eeuwen hebben talrijke verbouwingen plaatsgevonden. De Jowo Sakyamuni bevindt zich nog steeds in de tempel. De meeste andere figuren van toen zijn verdwenen, vooral na de beeldenstorm van Mao's Rode Gardisten tijdens de Culturele Revolutie. Sinds 1980 is de Jokhang volledig gerestaureerd en weer gevuld met vele beelden.
Voor de Jokhang bevindt zich het grote Barkhorplein, omzoomd door kraampjes met religieuze voorwerpen en souvenirs. Ooit bivakkeerden nomaden op het plein. Een aantal jaren geleden is het plein vernieuwd en overzichtelijk gemaakt. Kijk goed, en je ziet op de daken van de gebouwen rond het plein de camera’s. Net voorbij de Jokhang is rechts een kleine tempel, Mani Lhakhang. Hierin hangt een grote gebedsmolen. Pal achter de Jokhang staat de kleinere tempel Jampa Lhakhang (het Zegenende Water). Ook dichtbij zijn de kleine Gongkar Chöde-kapel en het oude Meru Nyingba-klooster. De pelgrimsroute loopt verder langs winkels en werkplaatsen. Ten oosten van de Jokhang is een wirwar van smalle straten en stegen.
In plaats van terug te lopen naar de Jokhang loop je noordwaarts naar de Beijing Donlu, een drukke doorgangsstraat die de oude stad verbindt met het Potala en de moderne Chinese wijken.
Tot in de jaren 90 van de voorbije eeuw was het Potala-paleis het enige bouwwerk dat ver boven alle andere tempels en woningen in Lhasa uitstak. De Reddende Haven (de letterlijke vertaling van het Sanskrietwoord Potala) is een massief, ongenaakbaar lijkend bouwwerk, gebouwd op de rode berg Marpori.
Het 170 meter hoge paleis was de zetel van de Dalai Lama en eeuwenlang het symbool van de godstaat. De hoogste wolkenkrabber van de oude wereld met 13 etages.
Brede steile trappen leiden omhoog, langs brede muren naar kasteelachtige torens en gouden daken. Een labyrint van kamers, zalen, hallen, nissen en kapellen, volgepropt met goud, zilver, turkoois en edelstenen. Kamers en tempels zijn weelderig gestoffeerd en gemeubileerd.
De prachtige (en deels gerestaureerde) muurschilderingen vertellen de boeddhistische geschiedenis van Tibet en tonen de Dalai Lama’s – vooral de 5e, want die heeft het Potala laten bouwen in de 17e eeuw.
De kroon van paleis is het uit 7 verdiepingen bestaande heilige gebouw met zijn donkerrode façade en gouden daken. Hier zetelde de Dalai Lama en zijn ook de graven van zijn voorgangers, tempels, bidzalen, kloosters, woon- en studievertrekken. Nergens is er ook maar de geringste referentie aan de huidige Dalai Lama te vinden. De in 1959 gevluchte 14e Dalai Lama bestaat niet voor de Chinezen.
Iedere dag zijn er duizenden Chinese bezoekers in het Potala. Gidsen, vaak uitgerust met megafoons, voeren hun kuddes van kapel naar schrijn en van kamers naar gebedshallen en dreunen hun verhaaltjes op. De kudde fotografeert zichzelf, schuifelt langs de beelden en fresco’s en heeft vooral plezier.
De zetel der goden is een doods museum voor de meeste bezoekers, althans Chinese bezoekers. De Tibetaanse bezoekers gedragen zich anders; ze zijn ook hier pelgrims. Voor hen is het Potala nog steeds een heiligdom.

Hoe de nieuwe verhoudingen in Lhasa liggen, bewijst een hoge zuil die op het grote plein direct voor het Potala-paleis staat. Een vriendschapszuil omgeven door bloemen. Ook zijn er 2 standbeelden: een man die een snaarinstrument bespeelt en een arbeider. Aan vlaggenpalen hangen camera’s: ook het Potala moet in de gaten worden gehouden...

