Column: Hop-hop-hop-hop

Door een technische fout is het begin van de column van Hans Vervoort in de laatste Azië & Down Under weggevallen. Hierbij de volledige tekst van de column.

 

Hop-hop-hop-hop

In 1968 waren er op veel plekken in de wereld studentenprotesten. Ook in Azië. Het TV-journaal – herinner ik me – kon niet goed uitleggen waaróm de Japanse studenten in protest waren.

Maar ze zonden de beelden wel uit, en wat ik me er van herinner is dat de studenten in rotten van vier achter elkaar holden in een hop-hop-hop-hop looppas, om uiteindelijk in elkaar geslagen te worden door de politie.

Die hop-hop-hop-hop protesten zijn me altijd bijgebleven, maar als ik nu via internet probeer uit te vinden waar ze over gingen, komt er uit dit onmetelijke digitale archief niets. Behalve dát er studentenprotesten waren in Japan in 1968 en 1969.

Uit het feit dat het protest twee jaar duurde en geen spoor in de geschiedenis heeft achtergelaten mogen we afleiden dat de studenten hun zin niet kregen. Want alleen overwinnaars schrijven geschiedenis.

Maar de hop-hop-hop-hop van 1968 bracht een herinnering bij me boven aan een gebeurtenis in de jaren die ik als kleine jongen doorbracht in een Japans interneringskamp op Midden-Java. Ambarawa kamp 6.

Ik schreef daar pas een paar jaar geleden over in mijn boek ‘Weg uit Indië’:

Op een middag toen Hans en Sonja landerig van de honger op hun bultzakken lagen klonk ineens van buiten hop-hop-hop-hop en het geluid werd snel harder. Ze sprongen van hun bedden af en renden naar buiten. Ze waren net op tijd om een groepje soldaten in looppas dichterbij te zien komen. Bij elke pas riepen ze iets dat klonk als hop-hop-hop. De grond dreunde onder hun laarzen. In hun rechterhand droegen ze een houten geweer. Het waren Koreanen, hulpsoldaten die door de Jap maar half vertrouwd werden en dus geen echt wapen kregen. En alhoewel de Koreanen nu Japan hielpen met het veroveren van andere landen, hielden Japanners en Koreanen niet van elkaar. (..) ‘Dit lijkt wel een opstand,’ zei tante Aal die naast Hans en Sonja was komen staan. ‘Kijk, ze hebben hun geweer in de hand in plaats van over de schouder. Alsof ze ermee zouden kunnen schieten.’

Hop-hop-hop holde het groepje voorbij en sloeg de weg naar de poort in. Daar klonken schoten en even later kwamen ze weer terughollen. Maar nu niet meer als groep. Ze verspreiden zich over de barakken. In barak 4 kwamen er twee. Ze kropen onder de bedden en legden hun wijsvinger op de mond als iemand ze zag.

De Koreaanse hulpsoldaten waren in opstand gekomen. Maar het vervolg van die gebeurtenis is uit mijn geheugen verdwenen. En was het wel ooit gebeurd? Dat Koreaanse bewakers dienst deden in de Japanse interneringskampen is bekend. Maar een opstand? Ook hier leverde een onderzoek op het wereldwijde web niets op. Maar wel een herinnering van kampgenoot Hans Stoltenborg op de website van de Stichting Gastdocenten WOII:

Een spectaculaire gebeurtenis, ook in januari, was de opstand van de Koreaanse soldaten in het Japanse leger. (…) Terwijl ik voor de barak iets aan het bekijken was hoorde ik veel geschreeuw en zag ik een paar kampbewakers over de weg rennen die dwars door het kamp voor de barak langs liep. Op een flinke afstand werden ze gevolgd door andere kampbewakers. Ineens hoorde ik een paar doffe knallen en spetterden er vuurtjes en vonken uit de weg vlak bij mij. Pas op dat moment hoorde ik vrouwen gillen dat ik binnen moest komen. Na mijn sprintje werd me verteld dat die vonken en vuurtjes ricochets van afgevuurde kogels waren. Maar op wie schoten ze dan toch‌? Niet op mij dus.

Het is dus echt gebeurd. Maar net zoals de Japanse studentenprotesten in 1968 en 1969 heeft het de geschiedenisboeken niet gehaald. Een hop-hop-hop-hop-protest is kennelijk de kortste weg naar vergetelheid.

Be the first to comment on "Column: Hop-hop-hop-hop"

Leave a comment