Le Quesnoy is een kleine stad zo’n vijftien kilometer ten zuiden van Valenciennes in Noord-Frankrijk. Het heeft een speciale band met Nieuw-Zeeland, omdat het in de Eerste Wereldoorlog door de Nieuw-Zeelandse troepen bevrijd werd. Dat wordt elk jaar gevierd op 25 april, op ANZAC (Australian and New Zealand Army Corps) Day. Waarom is dit zo bijzonder?
Le Quesnoy maakt sinds 1659 deel uit van het Franse Rijk en is toen geheel ommuurd volgens de principes van Maarschalk Vauban; het heeft een dubbele stadswal met daartussen een droge gracht. Op 4 november 1918 krijgt de Nieuw-Zeelandse divisie van het Derde Britse leger opdracht om Le Quesnoy te bevrijden. Dat kon natuurlijk met zwaar geschut met het risico van veel burgerslachtoffers onder de ongeveer vijfduizend inwoners. Daarom werd besloten om gebruik te maken van een oude list, namelijk de muren met behulp van een ladder te beklimmen. Onder de bescherming van ochtendmist en zwaar geschut werd de buitenmuur gemakkelijk genomen. Maar vanuit de droge gracht de binnenmuur beklimmen was moeilijker. Bij een brug over de gracht kwam de tien meter lange ladder wel tot boven op de binnenmuur en vandaaruit werd de stad veroverd.

Op die plek is nu een monument aangebracht om de soldaten te eren die de stad bevrijd hebben. Dit monument is al in 1923 onthuld. En op ANZAC Day wordt hier jaarlijks een herdenking gehouden. Deze begint bij het sinds 11 oktober 2023 geopende New Zealand Liberation Museum Te Arawhata, dat op basis van particulier initiatief tot stand is gekomen. De naam is het Maori-woord voor ladder en daarmee een directe verwijzing naar de manier waarop de stad is bevrijd. Bij de herdenking zijn officiële vertegenwoordigers van Nieuw-Zeeland aanwezig, maar ook van Cambridge, de Nieuw-Zeelandse zusterstad van Le Quesnoy, en een Maori-dansgroep.

Tekst en beeld: Kees Werk
Foto boven: Maori-dansgroep bij het monument
